Je zet iedere dag vers water neer, maar de drinkbak lijkt bijna onaangeraakt. Veel katteneigenaren vragen zich daarom af: waarom drinkt mijn kat zo weinig water?
Dat hoeft niet meteen een probleem te zijn. Katten drinken van nature vaak kleine hoeveelheden en halen een deel van hun vocht uit voeding. Toch is voldoende vocht belangrijk voor onder andere de nieren, blaas en spijsvertering. Het is daarom goed om te weten wat normaal is en hoe je jouw kat kunt aanmoedigen om iets meer te drinken.
Waarom drinken katten van nature weinig?
De voorouders van onze huiskatten leefden in droge gebieden en haalden een groot deel van hun vocht uit prooidieren. Katten hebben daardoor niet altijd een sterke neiging om regelmatig naar een drinkbak te lopen.
Dat instinct is nog steeds aanwezig. Een kat kan voldoende vocht binnenkrijgen zonder dat je haar vaak ziet drinken, vooral wanneer ze dagelijks natvoer eet. Nat kattenvoer bestaat voor een groot deel uit water, terwijl droge brokken nauwelijks vocht bevatten.
Een kat die alleen brokken eet, zal normaal gesproken meer uit haar waterbak moeten drinken dan een kat die voornamelijk natvoer krijgt.
Hoeveel water heeft een kat nodig?
Hoeveel water een kat nodig heeft, hangt af van haar gewicht, voeding, activiteit, gezondheid en de temperatuur in huis. Als algemene richtlijn heeft een kat dagelijks ongeveer 50 tot 60 milliliter vocht per kilogram lichaamsgewicht nodig.
Een kat van vier kilogram heeft dus in totaal ongeveer 200 tot 240 milliliter vocht per dag nodig. Dat betekent niet dat deze volledige hoeveelheid uit de drinkbak moet komen. Het vocht uit natvoer telt ook mee.
Eet jouw kat dagelijks natvoer en zie je haar maar zelden drinken? Dan kan ze alsnog voldoende vocht binnenkrijgen. Bij een kat die uitsluitend droge brokken eet, is het belangrijker om goed op het drinkgedrag te letten.
Waarom raakt mijn kat haar waterbak nauwelijks aan?
Sommige katten drinken weinig omdat ze voldoende vocht uit hun voeding halen. Er kunnen echter ook praktische redenen zijn waarom een kat haar waterbak liever vermijdt.
De waterbak staat naast het voer
Veel mensen zetten de voerbak en waterbak netjes naast elkaar. Toch drinken sommige katten liever op een andere plek. In de natuur kan water dat dicht bij voedsel ligt sneller vervuild raken. Katten kunnen daarom instinctief de voorkeur geven aan een aparte drinkplaats.
Probeer de waterbak eens op enige afstand van het voer te zetten. Soms zie je al snel dat je kat vaker gaat drinken.
De waterbak staat te dicht bij de kattenbak
Water hoort nooit direct naast de kattenbak te staan. Katten zijn schoon en kunnen een drinkplaats dicht bij hun toilet onaantrekkelijk vinden.
Plaats het water op een rustige en schone plek waar je kat zich veilig voelt.
De bak is te klein of te diep
Sommige katten vinden het vervelend wanneer hun snorharen tijdens het drinken voortdurend de rand van de bak raken. Een brede, ondiepe waterbak kan daarom prettiger zijn dan een smal en diep kommetje.
Ook het materiaal kan verschil maken. Veel katten drinken graag uit keramiek, glas of roestvrij staal. Plastic bakken kunnen na verloop van tijd geurtjes vasthouden en krijgen sneller kleine krasjes waarin vuil achterblijft.
Het water is niet vers genoeg
Katten hebben een goed reukvermogen en merken het snel wanneer water al langere tijd staat. Stof, haren, voedselrestjes of speeksel kunnen ervoor zorgen dat de bak minder aantrekkelijk wordt.
Ververs het water minimaal één keer per dag en spoel de bak goed schoon. Bij warm weer of wanneer meerdere katten dezelfde bak gebruiken, kan vaker verversen nodig zijn.
Je kat geeft de voorkeur aan stromend water
Sommige katten negeren hun drinkbak, maar staan direct klaar zodra de kraan opengaat. Bewegend water kan frisser en interessanter overkomen dan stilstaand water.
Een drinkfontein kan in dat geval helpen. Het zachte geluid en de beweging trekken de aandacht en kunnen jouw kat stimuleren om vaker kleine beetjes te drinken.
Helpt een drinkfontein echt?
Een drinkfontein kan een goede oplossing zijn voor katten die graag uit een kraan drinken of nieuwsgierig worden van bewegend water. Het water blijft in beweging en wordt meestal door een filter geleid.
Niet iedere kat zal meteen enthousiast reageren. Zet de fontein eerst naast de vertrouwde waterbak en geef je kat rustig de tijd om eraan te wennen. Laat de gewone bak voorlopig staan, zodat er altijd een bekende drinkplaats beschikbaar blijft.
Maak de fontein regelmatig grondig schoon. Ook wanneer het water helder lijkt, kunnen er in het reservoir en de pomp voedselrestjes, haren en een glad laagje vuil ontstaan.
Hoe kan ik mijn kat meer laten drinken?
Je hoeft een kat niet te dwingen om te drinken. Het werkt beter om water op meerdere manieren aantrekkelijk en gemakkelijk beschikbaar te maken.
Plaats meerdere waterbakken in huis
Zet op verschillende rustige plekken een waterbak neer. Denk aan de woonkamer, slaapkamer of een rustige gang. Zo komt je kat tijdens haar dagelijkse rondjes vanzelf vaker langs een drinkplaats.
In een huishouden met meerdere katten is dit extra belangrijk. Niet iedere kat drinkt graag uit dezelfde bak of durft te drinken wanneer een andere kat in de buurt is.
Probeer verschillende soorten bakken
De ene kat drinkt liever uit een brede keramische schaal, terwijl een andere kat juist kiest voor een hoog glas. Probeer enkele veilige vormen en materialen om te ontdekken wat jouw kat prettig vindt.
Zorg ervoor dat de bak stabiel staat en niet verschuift zodra je kat haar kop naar voren brengt.
Geef natvoer
Natvoer is een eenvoudige manier om de totale vochtinname te verhogen. Omdat nat kattenvoer veel water bevat, krijgt je kat tijdens het eten automatisch extra vocht binnen.
Stap niet plotseling volledig over wanneer jouw kat alleen droge brokken gewend is. Meng de nieuwe voeding geleidelijk door haar bestaande maaltijden om maagklachten en voedselweigering te voorkomen.
Voeg een beetje water toe aan het voer
Je kunt een kleine hoeveelheid lauwwarm water door natvoer mengen. Begin met een klein scheutje, zodat de geur en structuur niet te sterk veranderen.
Sommige katten accepteren ook licht bevochtigde brokken, maar laat natgemaakte brokken niet lang staan. Ze bederven sneller dan droge voeding en kunnen onsmakelijk worden.
Houd het water schoon en aantrekkelijk
Was waterbakken dagelijks af en spoel ze goed na. Gebruik geen sterk geparfumeerd schoonmaakmiddel, omdat achtergebleven geur jouw kat juist kan afschrikken.
Vul de bakken met vers water en controleer gedurende de dag of er geen brokjes, haren of stof in liggen.
Mag je smaak aan het water toevoegen?
Een klein beetje vocht van tonijn op waterbasis of ongezouten kookvocht van kip kan het water tijdelijk aantrekkelijker maken. Gebruik dit alleen af en toe en zonder zout, kruiden, ui of knoflook.
Water met smaak moet sneller worden vervangen dan gewoon drinkwater. Het kan bij kamertemperatuur bederven en bacteriën aantrekken.
Melk is geen goede vervanging voor water. Veel volwassen katten kunnen lactose slecht verdragen, waardoor melk diarree of buikklachten kan veroorzaken.
Hoe herken je uitdroging bij een kat?
Een kat die te weinig vocht binnenkrijgt of extra vocht verliest door ziekte kan uitdrogen. Mogelijke signalen zijn:
- Droog of plakkerig tandvlees
- Minder energie en meer slapen
- Minder eetlust
- Ingevallen ogen
- Harde of droge ontlasting
- Minder vaak of kleinere hoeveelheden plassen
Bij lichte uitdroging zijn de signalen niet altijd duidelijk. Twijfel je of jouw kat voldoende vocht binnenkrijgt, neem dan contact op met de dierenarts. Zeker bij kittens, senior katten en katten met een aandoening kan uitdroging sneller problemen veroorzaken.
Wanneer moet je naar de dierenarts?
Een kat die altijd weinig zichtbaar drinkt, goed eet, normaal plast en zich verder gezond gedraagt, hoeft niet direct ziek te zijn. Een plotselinge verandering is belangrijker dan het exacte aantal keren dat je haar bij de waterbak ziet.
Neem contact op met de dierenarts wanneer jouw kat plotseling niet meer wil drinken, ook niet meer eet, lusteloos wordt, herhaaldelijk braakt of diarree heeft. Ook persen bij het plassen, vaak naar de kattenbak gaan zonder urine te produceren, miauwen tijdens het plassen of bloed in de urine vraagt om snelle medische beoordeling.
Vooral een kater die probeert te plassen maar geen of nauwelijks urine produceert, heeft met spoed een dierenarts nodig. Een geblokkeerde urineweg kan levensbedreigend zijn.
Let ook op wanneer je kat ineens veel meer drinkt
Niet alleen weinig drinken verdient aandacht. Wanneer jouw kat plotseling duidelijk meer water drinkt en vaker of grotere hoeveelheden plast, kan dat wijzen op een gezondheidsprobleem.
Meer drinken komt onder andere voor bij nierproblemen, diabetes en een te snel werkende schildklier. Dit wordt vaker gezien bij oudere katten, maar kan ook bij jongere katten voorkomen.
Houd een opvallende verandering daarom niet wekenlang aan. Maak een afspraak bij de dierenarts wanneer het drink- of plasgedrag duidelijk anders is dan normaal.
Drinkt mijn kat nu echt te weinig?
Het is lastig om alleen aan de waterbak te zien hoeveel een kat drinkt. Water verdampt, meerdere katten kunnen dezelfde bak gebruiken en een deel van het vocht komt uit voeding.
Wil je het beter volgen? Vul iedere dag ongeveer dezelfde hoeveelheid water bij en noteer hoeveel er na 24 uur overblijft. Gebruik tijdelijk aparte bakken wanneer je meerdere katten hebt. Zo krijg je een beter beeld van veranderingen, al blijft exact meten thuis lastig.
Let daarnaast op het totaalplaatje. Eet je kat goed, is ze actief, plast ze normaal en krijgt ze dagelijks natvoer? Dan is weinig zichtbaar drinken vaak minder verontrustend dan het lijkt.
Maak drinken zo eenvoudig mogelijk
Katten drinken vaak liever meerdere kleine beetjes verspreid over de dag. Zet daarom vers water op verschillende rustige plekken, kies een brede schone bak en probeer eventueel een drinkfontein.
Natvoer of een klein beetje extra water door de maaltijd kan helpen om de vochtinname verder te verhogen. Verander niet alles tegelijk, maar kijk rustig welke aanpassing jouw kat het prettigst vindt.
Drinkt jouw kat plotseling duidelijk minder, vertoont ze andere klachten of vertrouw je het niet? Neem dan contact op met de dierenarts. Bij katten is een verandering in drinken, eten of plassen altijd iets om serieus te nemen.